Hoe veilig bent u tegen hackers?
Bekijk onze oplossing

Collectieve Pensioenverzekeringen

Datum artikel : 12-04-2019

Extra kosten waardeoverdracht altijd voor rekening werkgever? Op basis van de Pensioenwet heeft een werknemer bij opname in de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever een wettelijk recht op waardeoverdracht. De eventueel hieruit voortkomende extra lasten zijn voor rekening van de werkgever. Recente jurisprudentie bevestigt dat dit echter niet altijd het geval is.

Commentaar

Het fenomeen waardeoverdracht is zo gangbaar geworden dat veel werknemers en werkgevers onvoldoende stilstaan bij de gevolgen ervan. Voor de werknemer speelt doorgaans het argument "gemak en lekker overzichtelijk" een grote rol bij zijn besluit tot waardeoverdracht. De werkgever accepteert doorgaans de gevolgen omdat hij hiertoe "wettelijk verplicht" zou zijn.

Dat een waardeoverdracht vanuit de werknemer gezien meer moet opleveren dan gemak en "lekker overzichtelijk" is voor pensioenadviseurs logisch. Veel werknemers zijn niet in staat om de overdracht ook op basis van de financiële gevolgen te bepalen. Anders zouden in het verleden niet zoveel aanspraken opgebouwd in een uitkeringsovereenkomst zijn overgedragen naar een premieovereenkomst. Ook de thans lopende discussie over collectieve waardeoverdrachten van verzekeraars naar APFˈen gaan denk ik veelal langs het beoordelingsvermogen van de deelnemers. Wat is de waarde van potentiële indexaties in de toekomst bij het APF versus de harde pensioengarantie door de verzekeraar?

De Pensioenwet laat weinig ruimte aan de werkgever om de administratiekosten van een wettelijke waardeoverdracht te verhalen op de werknemer. Ook de aanvullend benodigde koopsom voor de inkoop van de overgedragen aanspraken komt ook voor rekening van de werkgever. De werkgever kan feitelijk niets anders dan met de uitvoerder afspraken maken over deze kosten. Bij een premieregeling zie je uitvoerders die wel administratiekosten rekenen en uitvoerders die dit niet doen. Zeker bij een groot personeelsverloop kan dit nog een aardig financieel verschil opleveren. De extra last van inkoop in een uitkeringsovereenkomst is doorgaans redelijk tot goed te verzekeren. Premie versus een onzekere (rente gerelateerde) last is dan de overweging.

Wettelijke vs. vrijwillige (collectieve) waardeoverdracht De Pensioenwet maakt onderscheid tussen een zogenaamde wettelijke waardeoverdracht, een vrijwillige waardeoverdracht en een collectieve waardeoverdracht. Door het vervallen van de termijn in artikel 71 PW is de vrijwillige waardeoverdracht feitelijk alleen nog van toepassing bij een einde dienstverband voor 8 juli 1994 en een opname in de pensioenregeling van de huidige werkgever voor 2018. Collectieve overdracht gebeurt op verzoek van de werkgever, DNB moet instemming verlenen en een individuele werknemer kan bezwaar maken tegen de overdracht van zijn pensioen. Een werkgever zal deze waardeoverdracht niet inzetten indien hij niet bereid is om de aanvullende kosten te dragen, DNB en de werknemer zullen niet instemmen indien de aanspraken niet hetzelfde blijven.

Punt van aandacht bij elke vorm van waardeoverdracht, maar vooral bij een individueel geval, zijn de kosten die de overdracht in de toekomst voor de werkgever gaan opleveren. Bij een eindloonregeling (wie heeft hem nog?) gaat het om de backservice over de ingebrachte dienstjaren. Bij een middelloonregeling mogelijk om de indexaties waarvoor de werkgever premies moet voldoen. En de hoogte van een risico gedekt partnerpensioen zal toenemen met een toename van de premie als gevolg. De Pensioenwet schrijft voor dat de overgedragen aanspraken op dezelfde wijze behandeld moeten worden als de in de regeling zelf opgebouwde aanspraken.

Hof Den Bosch Op deze regeling heeft Hof Den Bosch onlangs een uitzondering geformuleerd. Bij de vrijwillige overdracht van zijn oude pensioenaanspraken naar de eindloonregeling hebben werkgever en werknemer financiële afspraken gemaakt. De benodigde aanvullende koopsom bij de waardeoverdracht is hierbij voor rekening van de werknemer gekomen (wat wettelijk mag omdat het een vrijwillige waardeoverdracht betrof). In de gemaakte afspraken is ook vastgelegd dat backservice over het overgedragen deel niet van toepassing is.

En in deze laatste afspraak zit voor de werkgever de redding en voor de werknemer het probleem. De rechter oordeelt dat de werknemer geen aanspraak heeft op backservice ten laste van de werkgever omdat de werkgever niet verplicht was om mee te werken aan de waardeoverdracht en dit enkel had gedaan onder de gemaakte afspraken.

Conclusie

Hoewel de uitspraak ziet op een situatie die we in de praktijk niet veel meer zullen zien (anders dan oude zaken) geeft de uitspraak toch weer een heel helder beeld over de financiële gevolgen voor de werkgever bij waardeoverdracht. Tevens geeft de uitspraak een duidelijke inkijk in het verschuil tussen een wettelijke en een vrijwillige waardeoverdracht. Een als laatste geeft de uitspraak een mooie oplossing aan de werkgever. Stem enkel in met een vrijwillige waardeoverdracht als hieruit geen (onoverkomelijke) kosten voortvloeien in de toekomst. Het is aan de pensioenadviseur om zijn relatie hierop te wijzen.

Wanneer u vragen heeft of meer informatie wilt ontvangen, dan kunt u natuurlijk altijd contact met HBR Pensioen opnemen per e-mail info@hbrpensioen.nl of op telefoonnummer 023-5221490.